Cocini

Konijnen in alle soorten en maten

Herkomst en biotoop

Het tamme konijn wordt door veel mensen als huisdier gehouden. Daarnaast houden nogal wat hobbyisten zich bezig met het verbeteren en instandhouden van diverse rassen. Naast raszuivere konijnen komen ook veel rasloze dieren voor. In vroegere jaren kwamen de konijnen niet in zo'n grote verscheidenheid voor. Al onze konijnenrassen stammen van oorsprong af van het wilde konijn. Het wilde konijn leeft in groepsverband en woont in een burcht, een uitgebreid gangenstelsel. Ze voeden zich met grassen, klavers en granen, maar ook jonge boompjes staan op het menu.

 

Hanteren

Til een konijn nooit aan zijn oren op, dit is erg pijnlijk voor het dier. Rustige konijnen kunnen worden opgepakt met een hand onder de borst en de andere hand onder zijn 'achterste'. Niet alle konijnen laten zich op deze manier oppakken. Is het konijn wild en krabt het, dan mag het dier opgepakt worden aan het 'nekvel'. Pak met een hand zoveel mogelijk vel op de schouderbladen en ondersteun met de andere hand onmiddellijk de achterhand en druk het dier zachtjes tegen het lichaam aan of ondersteun het met de arm.

 

Kenmerken en eigenschappen

Het konijn (Oryctolagus cuniculus) behoort niet tot de familie van de knaagdieren, zoals vaak gedacht wordt, maar tot de haasachtigen. Deze komen voor van de Noordpoolgebieden tot de tropische gebieden. Alle haasachtigen bezitten ongeveer dezelfde lichaamsbouw en hebben ongeveer dezelfde voorkeuren qua voeding. Net als de knaagdieren hebben de haasachtigen geen hoektanden, maar goed ontwikkelde snijtanden. Deze tanden hebben geen wortels, maar groeien hun leven lang door. De haas-achtigen onderscheiden zich van de knaagdieren doordat in de bovenkaak niet één, maar twee paar snijtanden aanwezig zijn. De grootste snijtanden staan vooraan, de kleinere snijtanden (de stifttanden) staan direct daarachter. In Nederland kennen we ongeveer 50 verschillende konijnenrassen. Van de kleinste die (volwassen) ongeveer 1 kilo weegt tot het grootste ras, de Vlaamse reus, die al snel een gewicht van 6 kilo bereikt. In de winkels komen we voornamelijk de kleinere konijnenrassen tegen zoals de kleurdwerg en de Nederlandse hangoordwerg. Over het algemeen genomen zijn de mannetjes aanhankelijker dan de vrouwtjes. De mannetjes daarentegen willen nogal eens gaan sproeien (urine spuiten), ook als er geen vrouwtjeskonijnen in de buurt zijn.

 

Huisvesting binnen

Komt het konijn in huis te staan dan kan het dier gehuisvest worden in een kooi. Een konijn is van nature zindelijk en kan onder toezicht los in huis lopen. Hou hem altijd wel goed in de gaten, want ze knagen graag aan elektriciteitsdraden, telefoonsnoeren etc. Het is dus verstandig al deze snoeren goed weg te bergen.

 

Huisvesting buiten

Als we het konijn gaan huisvesten, hangt de keuze van het hok af van de plek waar het konijn komt te staan. Komt het konijn buiten te staan dan wordt meestal gekozen voor een houten hok, met daarin een open en een dicht gedeelte. Een konijn kan prima tegen de kou, mits hij eraan gewend is, maar niet tegen tocht. Het hok moet zo worden neergezet dat het beschut staat en de zon er niet in schijnt. Ook regen of sneeuwinslag moet worden voorkomen, eventueel kan het hok tijdelijk worden afgeschermd. Het is niet goed voor een konijn als het van buiten naar binnen wordt gehaald en na een poosje weer wordt terug gezet. Door de grote temperatuurschommelingen kan het dier kou vatten. Uiteraard is de grootte van het hok afhankelijk van de grootte van het konijn.

 

Verzorging

Een ander deel van de verzorging is het knippen van de nagels. Dit moet 1 x per 6-8 weken gebeuren. Er zijn speciale nageltangen voor de konijnen te koop. Heeft u gekozen voor een langharig konijn, dan zal regelmatig het haar moeten worden gekamd om klitten te voorkomen. Eventueel kan het dier 3 x per jaar worden geknipt of geschoren.

Bodembedekking

Als bodembedekking in de kooi of het hok kan houtvezel worden gebruikt met daarop een laag stro. De konijnen die buiten worden gehouden mogen als het koud wordt extra veel stro als nestmateriaal. Eventueel kan in de mesthoek wat kattengrit onder het strooisel worden gelegd, dit voorkomt geurtjes. Het hok moet wekelijks worden schoongemaakt.

 

 

Voeding

Konijnen zijn herbivoren oftewel planteneters. In het wild voeden ze zich met grassen, kruiden, wortels etc. Voor de konijnen die wij als huisdier houden, is een speciale konijnenkorrel ontwikkeld. Dit voer is een prima basisvoer. Ook is er gemengd konijnenvoer te koop. Let wel op dat uw konijn het gehele bakje leeg eet, want u zult zien dat uw konijn eerste de lekkerste ingredienten van het gemengde voer op eet. Ze krijgen dan dus niet alles binnen wat ze nodig hebben.

 

Voor jonge konijnen is er speciaal voer te koop in de winkels. De samenstelling van dit voer geeft minder diarreeproblemen dan het voer voor volwassen konijnen. Uiteraard moet het dagelijkse menu van uw konijn worden aangevuld met ruim voldoende hooi. Dit is goed voor de maagdarmwerking, het dier is er langer mee bezig en van alleen korrels wordt het dier snel te vet. Als aanvulling kan een konijn wat droog brood, gras, paardenbloemblad, weegbree, wortel etc. krijgen, variatie is belangrijk. Geef nooit meer dan het konijn ongeveer in drie kwartier opeet. Hierdoor wordt rotting van het groenvoer voorkomen. Negatieve ervaringen met bepaalde groentesoorten zijn vaak het gevolg van een eenzijdig aanbod. Is een konijn niet gewend om groenvoer te eten, dan moet de overgang van droogvoer naar groenvoer heel geleidelijk gebeuren om darmstoornissen te voorkomen.

 

Geef jonge konijnen die net zijn aangeschaft de eerste tijd geen groenvoer. Laat de dieren eerst wennen, maar geef wel veel hooi. Na gewenning kunnen heel kleine beetjes gegeven worden. Verder eten de konijnen hun eigen mest op. Dat is heel gewoon. Een konijn produceert twee soorten mest. De harde mest (70% droge stof - de bekende konijnenkeutels) en de zachte mest (35% droge stof). De laatste eet het konijn niet zelden rechtstreeks uit de anus en slikt het zonder te kauwen door. Door het eten van deze mest krijgt het konijn extra vitamine B en K binnen en het levert ongeveer 10% van de eiwitbehoefte van het konijn. Uiteraard moet het dier altijd vers drinkwater tot zijn beschikking hebben.

 

Voortplanting

Een mannetjeskonijn heet ram of rammelaar, het vrouwtjeskonijn noemen we een voedster en jonge konijnen worden lampreien genoemd. Konijnen zijn op een leeftijd van vier maanden geslachtsrijp. Dit betekent, dat het dier zich kan voortplanten. Voor de fokkerij zijn ze dan nog niet geschikt. Afhankelijk van de grootte kan dit vanaf zes maanden. De draagtijd van het konijn ligt tussen de 28 en de 33 dagen. Dwergkonijnen krijgen twee tot vier jongen per worp. Grotere konijnen krijgen meer jongen. Jonge konijnen worden kaal en blind geboren. Na tien dagen gaan de oogjes open en zijn ze behaard. Op een leeftijd van zes weken mogen ze gespeend worden (bij de moeder weg) en eventueel verkocht kunnen worden.

 

Gezondheidszorg

Een gezond konijn is attent, heeft een gladde glanzende pels, heldere oogjes, schone oren en een goede conditie. Als een konijn apathisch wordt, niet wil eten, vermagert, een doffe vacht krijgt, piepende ademhaling heeft, diarree heeft of andere ziekteverschijnselen vertoont, is het verstandig een dierenarts te raadplegen. Te lang wachten met het inschakelen van deskundige hulp kan fatale gevolgen voor het konijn hebben. Bij het konijn komen twee besmettelijke ziekten voor waartegen geënt kan worden: myxomatose en VHS/VHD. Deze enting (tegen beide ziekten) moet twee keer per jaar plaatsvinden.

 

Tip

Verzamel eerst de nodige informatie voordat u tot aanschaf van een huisdier overgaat. Er bestaan veel goede boeken en websites over konijnen. Zorg dat uw aanschaf een verantwoorde is. Bovendien zijn tal van konijnenverenigingen actief.