Cocini
Cavia's | Dwerghamsters | Syrische hamsters | Gerbils | Kleurmuizen | Tamme ratten

Kleurmuizen

Waar komen ze vandaan en waar leven ze?

Mensen houden al zeker drieduizend jaar muizen. De eerste beschrijvingen daarover komen we tegen in een Chinees woordenboek uit 1100 voor Christus. Hierin worden al verschillende kleuren en het fokken beschreven. In het klassieke Griekenland werden muizen gehouden als middel tot het vergaren van wijsheid en voor het voorspellen van de toekomst.

De tamme muizen die wij als huisdieren houden stammen af van de huismuis en worden ook wel kleurmuizen genoemd. Deze toepasselijke naam heeft de kleurmuis te danken aan het grote scala aan kleuren waarin hij tegenwoordig gefokt wordt.

Met uitzondering van enkele geïsoleerde eilanden komt de muis overal voor. Hij heeft een groot aanpassingsvermogen en leeft graag in de omgeving van mensen.

 

Kenmerken en eigenschappen.

Muizen zijn nachtdieren die een korte periode van rust met een korte periode van activiteit afwisselen. In de schemering en de eerste helft van de nacht zijn zij het meest actief. Overdag verschuilen zij zich in hun nest. Ze kunnen buitengewoon goed klimmen en zwemmen en zijn uiterst snel en beweeglijk.

Muizen leven in familieverband, herkennen elkaar aan de geur en hebben een hechte band met elkaar. Andere muizen worden agressief verjaagd. Manmuizen hebben een scherp ruikende urine en kunnen onderling behoorlijk vechten; in sommige gevallen leidt dit tot verwondingen.

De levensverwachting is over het algemeen 2 à 3 jaar.

 

Het fokken van kleurmuizen.

Muizen geven weinig problemen met fokken. Op de leeftijd van ± 5 weken zijn ze geslachtsrijp, maar beter is het om nog te wachten tot ze minimaal 8-10 weken oud zijn. Elke 4 tot 6 dagen is het vrouwtje bronstig. Deze bronst duurt ongeveer 12 uur. De dekking zal verschillende keren worden uitgevoerd. Na ± 21 dagen worden de jongen geboren, in het nest. Ze zijn dan kaal, blind en doof. Na twee dagen beginnen de haren te groeien en na de derde dag gaan de ogen open. Na veertien dagen is het beter om de mannetjes uit het nest te halen. De moeder is na de geboorte onmiddellijk weer gedekt zodat er al jongen geboren kunnen worden voordat het eerste nest zelfstandig is. Met het ouder worden lopen deze vruchtbare periodes wat langer uit. Het gescheiden houden van de seksen is de beste manier om ongewenste zwangerschap te voorkomen.

 

 

Huisvesting: waar voelt een kleurmuis zich thuis?

Er zijn diverse huisvestingsmogelijkheden voor de muis. De verschillende kooien hebben als voordeel dat ze een goede ventilatie hebben. Een glazen bak met daarop een glazen deksel heeft dat niet. Door de urinegeur is het mogelijk dat de muis hierdoor luchtwegproblemen oploopt. De minimale maat van een kooi met daarin twee muizen is 50 cm breed, 30 cm lang en 30 cm hoog. Hoe groter de kooi, hoe meer speelmogelijkheden er voor de muizen te plaatsen zijn. Een molen wordt door deze dieren zeer gewaardeerd, ook een nesthok mag niet ontbreken. Water kan het best in een fles worden gegeven, voedsel kan zowel op de grond als in een bakje worden verstrekt. Leg het voer op verschillende plaatsen; dan moeten de muizen actief gaan zoeken.

 

Hoe pak je een muis vast?

De beste manier om een muis vast te pakken is aan de staartbasis, zo dicht mogelijk bij het lichaam. Plaats de muis daarna zo snel mogelijk op of in iets. Laat de muis niet te lang aan zijn staart hangen omdat hij dit niet als prettig ervaart en zich kan optrekken en in je hand bijten. Als de muis goed tam is dan kun je hem ook op je hand laten lopen en dan optillen. Ook een platte hand onder zijn buik schuiven en dan optillen is een mogelijkheid. Als je niet weet of de muis mak is, is de eerste methode het veiligst omdat de muis dan niet kan vluchten.

Het dagelijkse menu.

Zoals ieder levend wezen moeten ook muizen een zekere basissamenstelling in hun dieet hebben om uit te groeien tot gezonde, volwassen dieren. Tegenwoordig is dit basisdieet met voor hen samengestelde zaden gemakkelijk te verkrijgen. Daarbij moet het menu aangevuld worden met fruit en groente. Ook wat hooi mag ook niet ontbreken. Iedere dag vers water is voor muizen een noodzaak. In 24 uur drinken en eten ze hun lichaamsgewicht aan voeding en water op om in een goede conditie te blijven. Gele en rode muizen hebben een genetische aanleg tot vervetting. Geef deze dieren dan ook weinig oliehoudende zaden in hun voeding.

 

Let op z'n gezondheid.

Net als ieder dier kan een muis ook ziek worden en ongedierte krijgen. Een behandeling is dan nodig. Een gezonde muis is levenslustig, niet te dik of te mager, en heeft een glanzende beharing met schone ogen, neus, oren, enz. Ook afwijkingen in gedrag kunnen wijzen op ziekte. De muis is tamelijk gevoelig voor infectieziekten. Veel ziekten zijn te voorkomen bij een goede hygiëne van de kooi en omgeving en uiteraard een goede voeding. De kleurmuis is een goed dier om als huisdier te houden, maar zorg voor een ontsnappingsvrije kooi. Er zijn meerdere soorten muizen, maar de tamme muis wordt al meer dan drie eeuwen als huisdier gehouden.

Zoek bij ziekte een dierenarts van wie bekend is dat deze veel specialistische ervaring heeft op het gebied van muizenziekten.