Cocini
Cavia's | Dwerghamsters | Syrische hamsters | Gerbils | Kleurmuizen | Tamme ratten

Gerbils

Waar komen ze vandaan en waar leven ze?

Gerbils vormen de onderfamilie Gerbillinae van de groep hamsters en woelmuisachtigen, een grote groep die ruim negentig soorten telt. Ze komen in bijna geheel Afrika en in grote delen van Europa en Azië voor, tot zelfs in Mongolië en China.

Ze leven in woestijnen en halfwoestijnen. Deze 'woestijnratten' of beter gezegd 'renmuizen' bewonen vooral de randen van deze droge en spaarzaam begroeide gebieden. In Nederland wordt de Mongoolse gerbil het meest gehouden. Hij kan hier tussen de 4 en 5 jaar oud worden. Gerbils zijn gemakkelijk te houden maar niet voor heel jonge kinderen. Zo vanaf hun 6e jaar kunnen ze zelfstandig voor deze dieren zorgen.

 

Kenmerken en eigenschappen.

De Mongoolse gerbil is 11 tot 13 cm lang en heeft een behaarde staart van 9 tot 11 cm lang, die eindigt in een pluimpje. Het lichaam is gedrongen en krachtig. De in verhouding langere achterpoten vallen op.

Gerbils blijven steeds binnen de grenzen van hun woongebied. Dit wordt door volwassen dieren en hun jongen gemarkeerd met afscheidingsproducten van hun geurklier, welke zich op het midden van de buik bevindt. De familie woont in holen in zandsteppen met ronde ingangen van 3 à 4 cm doorsnede, die overdag gesloten worden om de warmte buiten te houden. Renmuizen zijn zowel overdag als 's nachts actief. Regelmatig staan renmuizen met gestrekt lichaam spiedend op een hoog punt en observeren dan de omgeving. Als ze iets horen en/of niet vertrouwen, trommelen ze meestal kort met de achterpoten op het zand of piepen luid om de anderen te waarschuwen die dan bliksemsnel hun hol in vluchten. De Mongoolse gerbil wordt in meer dan dertig verschillende kleuren gefokt en er is genoeg keuze.

 

Huisvesting: waar voelt een gerbil zich thuis?

Gerbils kun je het best huisvesten in een zo groot mogelijke glazen bak met daarop een stevige, goed passende gazen deksel. Afhankelijk van het soort gerbil kun je hierin dan een koppel of een groep houden. Mannen- en vrouwengroepen zijn mogelijk. Bij de Mongoolse gerbil gaat het fout als er meer mannen in de groep zijn dan vrouwen. Knaagdierkooien met een lage onderbak geven veel rommel omdat een gerbil graag graaft. Ook moet de kooi knaagbestendig zijn. De maat van een kooi of bak moet voor een koppel 50x 30x30 cm zijn. Groter is altijd prettiger voor de dieren. Accessoires moeten bij voorkeur gemaakt zijn van steen, glas of roestvrij staal.

Als bodembedekking zijn er vele materialen mogelijk, maar zorg dat het materiaal droog is en niet te veel stuift. Geef de dieren zeker wat dingen om te knagen, waardoor de tanden goed kunnen slijten. Dit kan bijvoorbeeld wilgen- of fruitbomenhout zijn. Zorg voor veel afwisselende accessoires zodat ze zich niet gaan vervelen.

De beste temperatuur om gerbils te houden is 20°C tot 24°C. Dit vinden ze zelf de lekkerste temperatuur. Zet een gerbil nooit op een door de zon beschenen plaats of in een zeer koud vertrek. Vermijd tocht en vochtige plekken omdat een gerbil hier niet tegen kan.

 

 

Het dagelijkse menu.

In de vrije natuur worden door de meeste soorten alle delen van diverse planten gegeten. Blad, zaad, vruchten, bloemen, wortels en de daarop voorkomende insecten. Bij enkele soorten is zelfs het grootste gedeelte van de voeding van dierlijke oorsprong. In de meeste gevallen kan volstaan worden met een goede hamstermix met zo min mogelijk graspellets en verse groenten en fruit. Een mogelijkheid is om het voer op verschillende plekken te leggen zodat de gerbils naar hun voedsel moeten zoeken. Geef water bij voorkeur in een waterfles. Drinkbakjes worden vaak volgestopt of worden ondergegraven, waardoor ze omvallen. Het is voor de vachtverzorging goed om een zandbad aan de dieren te geven. Het best kan dan chinchilla- zand gebruikt worden, dat bestaat uit zeer fijn woestijnzand. Dit zand neemt al het vet en vuil op uit de beharing zodat de vacht schoon wordt. Een pluk hooi mag niet ontbreken, de vezels zijn goed voor de spijsvertering. Ook zijn ze ideaal om te versnipperen en als nestmateriaal.

 

Het fokken van gerbils.

Afhankelijk van de soort, het klimaat, de geografische ligging en de beschikbaarheid van voedsel worden er van een paar maanden tot het hele jaar door jongen geboren. In gevangenschap vaak het gehele jaar. Na een draagtijd van 3 weken volgt nog drie weken van 'ondergrondse' verzorging. Daarna gaan de jongen op onderzoek uit en zijn dan snel zelfstandig. De jongen worden kaal en blind geboren. Na ongeveer 14 tot 20 dagen gaan de ogen open en na 4-5 weken kunnen de jongen van de ouders gescheiden worden. Bij de meeste soorten is het verstandig in ieder geval de mannetjes na 8-9 weken uit de groep te halen. Fok alleen als het zeker is dat de jongen geplaatst kunnen worden. Overbevolking moet te allen tijde voorkomen worden. Geef jonge gerbils wat kleine zaden - bijvoorbeeld vogelzaden of tortelduivenvoer - te eten zodat de overgang van moedermelk naar vast voedsel geleidelijk zal gaan.

Let op z'n gezondheid.

Bij onverwachte geluiden uit de omgeving of bij stress kan de gerbil een soort epileptische aanval krijgen. De gevoeligheid voor deze eigenschap wordt zoals vele andere ziekten genetisch bepaald. Als we even wachten zien we dat het dier na een korte tijd ophoudt met het schokken van het lichaam en het naar achteren trekken van zijn oren.

Gerbils zijn slecht bestand tegen inteelt en daar moet bij het fokken terdege rekening mee worden gehouden. Jonge dieren die van moedermelk overgaan naar vast voedsel kunnen nog wel eens geconfronteerd worden met diarree. Dit moet met medicijnen worden behandeld, anders sterven de jongen. Bij een goede verzorging en een gevarieerde voeding zal een gerbil zelden ziek worden. Al met al een dier dat goed als huisdier te houden is, maar niet voor heel jonge kinderen. Zoek bij ziekte een dierenarts van wie bekend is dat deze veel specialistische ervaring heeft op het gebied van gerbilziekten.

 

Hoe ga je ermee om?

In het algemeen zijn gerbils gemakkelijk te hanteren. Het zijn vriendelijke en nieuwsgierige diertjes. De makkelijkste methode is om het diertje met de volle hand vast te pakken, waarbij je vingers zich om de buik sluiten. Het diertje rust dan met de rugzijde in de bolling van de enigszins gekromde hand. Ook kan de gerbil worden opgepakt door beide handen aan de zijkant van het lichaam te houden en voorzichtig onder het lichaam door te schuiven. Een derde methode is aan te bevelen bij vreemde gerbils; pak het dier vast aan de staartbasis (niet aan de punt, maar aan het deel van de staart dat het dichtst bij het lichaam van het dier is). Plaats het dier vervolgens in uw handpalm, maar blijf het vasthouden. Leg gerbils nooit op hun rug; ze hebben daar een grote hekel aan en beginnen te spartelen, waardoor de kans bestaat dat de huid van de staart afscheurt. Het samenbrengen van gerbils wil nogal eens moeizaam verlopen. Nieuwe leden in een bestaande groep plaatsen zal vaak uitlopen op een heftige conflictsituatie. Het beste is natuurlijk om jonge dieren te koppelen. Hierbij zullen weinig moeilijkheden optreden. Bij oudere dieren moet eerst gaas gebruikt worden tussen de dieren in en na een paar dagen tot 2 weken moeten ze dan op deze manier aan elkaar wennen. Zet ze daarna samen in een nieuwe kooi met veel schuilgelegenheden en veel hooi.